Programma 2 Ruimte en wonen

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Inleiding

 Zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening en het verbeteren van de omgevingskwaliteit is een belangrijke kerntaak van de provincie. Brabant verandert voortdurend en er liggen grote opgaven in de leefomgeving. Nieuwe ontwikkelingen vragen ruimte, maar onze ruimte is schaars. De druk op de ruimte is groot en voelbaar: niet alles kan en zeker niet overal. Het Beleidskader Leefomgeving geeft hierbij richting in het maken van deze complexe keuzes. Het bijbehorende instrumentarium ontwikkelen we in 2027 verder door zoals de Beleidsneutrale herijking van de Omgevingsvisie (Q1 2027), zie Statenmededeling. Daarnaast zullen we ons ook in 2027 in blijven zetten op majeure opgaven zoals Powerport regio Moerdijk, Ruimte voor Defensie en de schaalsprong in Brainport Eindhoven. Eind 2026 wordt de Nota Ruimte vastgesteld, waarin de nationale visie op de ruimtelijke inrichting van Nederland is vastgelegd op het gebied landbouw, woningbouw, natuur, wegen, energie en defensie. De verwachting is dat op basis van de Nota Ruimte in 2027 nieuwe afspraken gemaakt worden tussen Rijk en provincie. In de verdere uitwerking werken we nadrukkelijk samen met partners op verschillende schaalniveaus: gebiedsgericht, regionaal en met het Rijk.  

 Op basis van het Beleidskader Wonen en Werken en de Uitvoeringsagenda Wonen en Werken 2024-2027 werken we aan onze woningbouwopgave, voldoende, duurzame werklocaties en stedelijke gebiedsontwikkeling. 2027 is het eerste jaar dat we werken onder de Wet versterking regie volkshuisvesting, met een volkshuisvestingsprogramma. We blijven ook in 2027 vol inzetten op de realisatie van de woningbouwopgave, waarbij we ons o.a. oriënteren op de inzet van grondbeleid rondom de woningbouwopgave. Voor de aanpak Grote Oogst, welke met zes locaties is uitgebreid en verlengd tot eind 2027, wordt een evaluatie uitgevoerd op basis waarvan in 2027 de keuze kan worden gemaakt over het vervolg van de aanpak Grote Oogst. In 2027 gaan we komen met een voorstel tot het oprichten van een verbonden partij om de herstructurering bedrijventerreinen aan te pakken en op basis van nieuwe prognose werklocaties, welke eind 2026 worden vastgesteld, gaan we met de regio’s in 2027 afspraken actualiseren (zie ook memo gedeputeerde). Voor NOVEX Stedelijk Brabant gaan we in 2027 werken aan investeringsagenda's en we werken verder aan de stedelijke gebiedsontwikkelingen van de 12 grootste steden in Brabant. 

 

We werken verder aan het realiseren van de Gebiedsopgave Oostelijke Langstraat (GOL). In 2027 wordt de snelfietsroute F59 Waalwijk – ’s-Hertogenbosch afgerond, de maatregelen hoogwaterbescherming gerealiseerd en parallelstructuren aangelegd bij Vlijmen en aan de westkant van ’s-Hertogenbosch. 

 

In 2027 wil de Provincie Noord-Brabant samen met partners, ondernemers en inwoners zich nadrukkelijk inzetten voor de vermindering van de stikstofuitstoot uit Brabantse Bronnen. In het laatste loopjaar van onze Uitvoeringsagenda Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) 2.0 ligt de focus op uitvoeren. Voorgaande jaren is er veel opgebouwd zoals Aanpak vermindering ammoniakemissie veehouderijen, aanpak Brainport open en verscheidende aanvullende maatregelen. Onze focus ligt dus bij uitvoering van onze maatregelen, maar we blijven ook nieuwe maatregelen voorbereiden op de uitvoering. Daarnaast gaan wij aan de slag voor een goede samenhang tussen onze eigen aanpak en het beleid en aanpak voortkomend uit de kamerbrief van 26 juni jl. “Weer ruimte voor boer, natuur en bouw”.?? 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Wat willen we bereiken?

Integraal werken aan het toekomstbestendig maken van het stedelijk netwerk

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Wat willen we bereiken? - Integraal werken aan het toekomstbestendig maken van het stedelijk netwerk

Brabant heeft een aanzienlijke nieuwbouw- en transformatieopgave om sterke steden en vitale dorpen te houden en daarmee te werken aan het versterken en het toekomstbestendig maken van het stedelijk netwerk. Hierbij gaat het niet alleen om wonen en werken, maar ook om verstedelijking die bijdraagt aan de mobiliteitstransitie, de energietransitie, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Tegelijkertijd is de verstedelijkingsopgave aanjager voor de aanpak van andere opgaven, zoals op het terrein van economie, arbeidsmarkt en brede welvaart, inclusief gezondheid, leefbaarheid en sociale veiligheid. Dit vraagt om integrale keuzes en een integrale aanpak. 

Indicatoren: 
•    Kwalitatieve monitor, 1 keer per 2 jaar, eerstvolgende uit te voeren in 2028.
•    Kwalitatieve evaluatie, 1 keer per 2 jaar, eerstvolgende uit te voeren in 2028.

Verbeteren van omgevingskwaliteit

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Wat willen we bereiken? - Verbeteren van omgevingskwaliteit

We dragen zorg voor een goede ruimtelijke ordening en omgevingskwaliteit. De basis daarvoor ligt in de Omgevingswet. De uitvoering van de omgevingswet en de bijbehorende instrumenten (Omgevingsvisie, omgevingsprogramma, projectbesluit en omgevingsverordening) dragen bij aan een gezonde fysieke leefomgeving in Brabant. 

Indicatoren: 

  • Kwalitatieve evaluatie naar de doorontwikkeling van het ‘diep, rond en breed’ werken conform Beleidskader Leefomgeving, uit te voeren in 2027 

  • Vastellen beleidsneutrale technische wijziging van de omgevingsvisie (de kwaliteit van Brabant)

Realiseren van voldoende woningen, die aansluiten op de vraag

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Wat willen we bereiken? - Realiseren van voldoende woningen, die aansluiten op de vraag

We willen dat alle Brabanders prettig kunnen wonen, passend bij ieders woonbehoefte. Door de sterke bevolkings- en huishoudensgroei én om bestaande woningtekorten terug te dringen, is het nodig dat er de komende jaren heel stevig gebouwd wordt in Brabant. Met in het bijzonder aandacht voor betaalbare woningen. Daarnaast is er, gelet op de diversiteit in huishoudenstypen, sprake van een veranderende woonvraag waarvoor woningen nodig zijn die aansluiten bij de diverse woonbehoeften. 

Indicatoren: 

    • Toename netto Brabantse woningvoorraad periode 2023-2035: 

    • Totaal toename: circa 165.000/13.500 per jaar 

    • Waarvan sociale huurwoningen: circa 49.500/4.125 per jaar 

    • Waarvan middeldure huur- én betaalbare koopwoningen: circa 60.500/5.000 p/j 

    NB. Ten tijde van het opstellen van de begroting wordt tevens de bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd, waarover Provinciale Staten in het 4e kwartaal 2026 worden geïnformeerd. Op basis deze nieuwe prognose zal ook een voorstel worden gedaan om bovenstaande indicatoren te actualiseren. 

    • Zorgvuldige inpassing van nieuwe woonruimte: gemiddeld genomen wordt ca. tweederde van de jaarlijkse woningbouw (toevoeging aan de woningvoorraad) op binnenstedelijke locaties gerealiseerd.? 

Zorgdragen voor duurzame en toekomstbestendige werklocaties in Brabant

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Wat willen we bereiken? - Zorgdragen voor duurzame en toekomstbestendige werklocaties in Brabant
 

De Brabantse ambitie is om een vooraanstaande regio in Europa te zijn en te blijven op het gebied van kennis en innovatie. Hiervoor is een concurrerend en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor Brabantse en (inter)nationale bedrijven nodig. Dit betekent dat er voldoende een kwalitatief divers aanbod van werklocaties nodig is en het vraagt tegelijkertijd om een prettige en gezonde leefomgeving om in te werken en wonen. Belangrijk onderdeel van het aanbod aan werklocaties zijn bedrijventerreinen en campussen. Deze typen werklocaties hebben een grote waarde voor de Brabantse economie, en daarmee voor het brede welzijn van honderdduizenden Brabanders. Daarnaast ligt er een grote opgave op bedrijventerreinen voor de verduurzaming en de energietransitie. Deze opgave geeft ook kansen. Bedrijventerreinen kunnen een substantiële bijdrage leveren aan de doelen op het gebied van energie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en stikstof. Het beter benutten van bestaande bedrijvenlocaties door meervoudig en intensiever ruimtegebruik is ook een belangrijk aandachtspunt. Hier willen we als Brabant samen met onze partners stappen inzetten. 

Indicatoren:

  • Ontwikkeling werklocaties. Oppervlakte harde en geprogrammeerde plancapaciteit voor nieuwe werklocaties, ten opzichte van de uitbreiding- en vervangingsvraag in het laagscenario t/m 2040 en in combinatie met de effecten van regionale en/of provinciale beleidskeuzes > streefwaarde 100%. 

    ?De voortgang van de verduurzaming van Grote Oogst terreinen:?? 

    • Ontwikkeling van een monitor om de voortgang van de verduurzaming van de 40 grootste bedrijventerreinen in beeld te brengen, om daarmee de relatieve voortgang op Grote Oogst terreinen t.o.v. niet-Grote Oogst terreinen te kunnen duiden.  

     
    • Bij einde looptijd van de samenwerking is minimaal 90% van de verduurzamingsprojecten zoals opgenomen in de lokale plannen van aanpak afgerond of in uitvoering.  

    Vanuit Beleidskader Gezondheid: Emissie van fijnstof (PM2,5) van bedrijven op bedrijventerreinen in Noord-Brabant, streefwaarde: lager dan referentiewaarde 2015 (1,3 Kton).     

        

Beleidsnota's en uitvoeringsagenda's

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Beleidsnota's en uitvoeringsagenda's

Inzet verbonden partijen

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Inzet verbonden partijen

N.v.t.

Ontwikkelingen en onzekerheden

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Ontwikkelingen en onzekerheden

M.b.t. Powerport regio Moerdijk is de richting van de ontwikkeling nog onzeker. Welke stappen in 2027 worden gezet is ten tijde van het opstellen van de begroting 2027 afhankelijk wanneer verantwoord een nieuw bestuurlijk weegmoment gaat plaatsvinden. Verder worden veel prestaties geleverd in samenwerking met externe partners. Ook wordt steeds meer ‘van buiten naar binnen’ gewerkt: het initiatief van externe partners wordt gekoppeld aan de maatschappelijk opgaven van de Provincie. Dit biedt kansen, maar creëert in sommige gevallen ook afhankelijkheid als het gaat om het daadwerkelijk realiseren van prestaties. 

De Kamerbrief Taskforce Stikstof 26 juni 2026 kan impact gaan hebben op de uitvoeringsagenda BOS2.0, omdat er capaciteit nodig is voor de uitvoer van de landelijke maatregelen.?Bij het opstellen van de BOS2.0 zat het project Brainport open (ook opgenomen in de kamerbrief) nog niet in de pijplijn. Deze wordt nu in de uitvoeringsagenda opgenomen.?? 

Daarnaast was de aanpak vermindering ammoniakemissie veehouderijen in huidige vorm geen onderdeel van deze uitvoeringsagenda. Door de aanpassing van de omgevingsverordening is deze aanpak integraal onderdeel geworden van onze uitvoeringsaanpak.?? 

Van de aanvullende maatregelen zijn 9 van de 17 onderzocht of in onderzoek. Waarschijnlijk worden niet alle 17 aanvullende maatregelen onderzocht in de looptijd van de UA. Daarbij zijn door voortschrijdend inzicht en nieuwe proces ter beoordeling wel 2 nieuwe aanvullende maatregelen (mogelijk) in onderzoek.?? 

Het RIVM heeft de Kennisnotitie Vlaanderen gepubliceerd. De kennisnotitie laat zien dat het Vlaamse beleid, ondanks nieuw vergunde projecten, ervoor kan zorgen dat het doelgat richting 2030 kleiner wordt door lagere depositie afkomstig uit het buitenland (België). De extra verwachtte reductie alleen is niet voldoende om onder de KDW te komen in onze N2000 gebieden, maar biedt wel perspectief dat de achtergronddepostie uit buitenlandse bronnen kleiner wordt.??? 

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Programma 2 Ruimte en wonen - Wat mag het kosten?
2. Ruimte en wonen
Bedragen x € 1.000
Realisatie
Begroting 2026
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
na wijz.
2027
2028
2029
2030
Lasten
Programmalasten
20.053 N
22.140 N
24.787 N
35.583 N
30.008 N
6.626 N
Toerekening organisatiekosten
14.540 N
16.981 N
17.412 N
16.067 N
16.067 N
16.067 N
Totaal Lasten
34.593 N
39.121 N
42.199 N
51.651 N
46.075 N
22.693 N
Baten
Programmabaten
6.825 V
3.795 V
394 V
7.243 V
10.094 V
94 V
Bijdrage in toerekening org. kosten
0
0
0
0
0
0
Totaal Baten
6.825 V
3.795 V
394 V
7.243 V
10.094 V
94 V
Saldo van baten en lasten
27.768 N
35.325 N
41.805 N
44.407 N
35.980 N
22.599 N
Reservemutaties*
Storting in reserves
6.591 N
33.027 N
2.592 N
2.403 N
2.403 N
2.369 N
Onttrekking aan reserves
3.471 V
8.997 V
3.148 V
2.399 V
2.399 V
2.396 V
Resultaat incl. reservemutaties
30.888 N
59.355 N
41.249 N
44.411 N
35.984 N
22.573 N
Omschrijving (toelichting)