Meer
Publicatiedatum: 05-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Algemeen financieel beleid

Algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen

Voor elk programma zijn in de begroting de lasten en de baten opgenomen die bij dat programma horen. De baten zijn meestal niet toereikend om de lasten van het programma te kunnen dekken. Tegenover de nadelige saldi van lasten en baten bij de programma’s staan de algemene dekkingsmiddelen, de stelposten en de mutaties in de reserves.

De lasten en baten van de programma’s en die van het onderdeel algemeen financieel beleid inclusief de ramingen van de reserves tellen op tot sluitende begroting.

In onderstaand overzicht van het verloop van de begroting 2019 zijn in de gekleurde kolommen de mutaties van deze bestuursrapportage voor het onderdeel algemeen financieel beleid opgenomen

Toelichting

31.02 dividenden en financieringsfunctie
Het rendement over 2019 is sinds de behandeling van de begroting verbeterd met € 5,7 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een hogere dividenduitkering van Enexis (€ 6,8 mln.) en door in 2019 uitgevoerde switches en verstrekte leningen na behandeling van de begroting (€ 0,8 mln.). Bovendien wordt ook een deel van de rente van overige leningen toegerekend aan de beleggingsportefeuille (= 0,3 mln.). Daarentegen is het herbeleggingsrendement naar 0 afgeraamd in 2019 (-€ 2,2 mln.) mede vanwege de lage rentestand.
Over de periode 2020 t/m 2024 is het rendement als gevolg van de switches verbeterd met € 0,9 mln. Verstrekte leningen aan decentrale overheden hebben gezorgd voor een extra rendement over deze periode van € 2,9 mln. Het totale rendement over de periode 2020 – 2024 verbetert met € 10,3 miljoen.
Het rendement over de investeringsagenda is ten opzichte van de begroting verbeterd met € 2,9 miljoen. Hierdoor wordt het doelvermogen van € 1 miljard overtroffen. De extra rendementen op de Investeringsagenda komen ten gunste van de immunisatie portefeuille.

De rente is nog steeds zeer laag en de verwachtingen van de deskundigen is dat deze de komende jaren niet zal stijgen. Daarom is er een buffer opgebouwd in de afgelopen jaren die in 2020 naar verwachting voor het eerst moet worden aangesproken om het doelrendement van € 122,5 miljoen op jaarbasis te halen. Vanuit het bestuursakkoord 2019 – 2023 wordt ingezet op een verbrede inzet van de immunisatieportefeuille voor maatschappelijke doeleinden, maar wel binnen de huidige randvoorwaarden. Dat wil zeggen zonder risico en een rendement dat groter is dan dat bij de schatkist van het Rijk. Het belang van het in stand houden van het kapitaal en het generen van toekomstig rendement uit de immunisatieportefeuille is hierbij randvoorwaarde.


 

31.02 Opbrengsten opcenten motorrijtuigenbelasting
De raming van de opcenten is gebaseerd op het houderschapsbestand van de belastingdienst per 1 januari 2019 in combinatie met de reeds verkregen afdracht. Op dit moment is er geen aanleiding de raming aan te passen. Echter elektrificatie van het wagenpark heeft een steeds groter invloed op de opcenten. Hierdoor is er een steeds grotere mate van onzekerheid of dit leidt tot bijstelling van de raming. Tot op heden is deze derving opgevangen door de autonome groei van de wagenparkcapaciteit (combinatie van aantal en gewichtsklasse). Voor 2019 is de aanname dat de derving door elektrificatie eveneens kan worden opgevangen met de autonome groei van de wagenparkcapaciteit.

31.02 uitkering Provinciefonds
Op basis van de meicirculaire 2019 wordt de algemene uitkering 2019 naar beneden bijgesteld met €0,1 mln. als gevolge van een beduidend lager accres over 2018 (waarvan de afrekening in 2019 wordt meegenomen). De ingebouwde behoedzaamheidmarge van 20% van het accres bleek onvoldoende te zijn. Door deze behoedzaamheidsmarge is de bijstelling echter slechts minimaal. Als bij de septembercirculaire 2019 het accres over 2019 naar beneden wordt bijgesteld, is er geen behoedzaamheidsmarge meer om dit op te vangen en heeft de eventuele bijstelling directe financiële consequenties.

In de meicirculaire blijkt daarnaast dat voor de jaren 2020 tot en met 2023 sprake is van een lager accres. De algemene uitkering wordt naar beneden bijgesteld ten opzichte van het financieel voorjaarsbericht. Dit is het gevolg van de lagere ontwikkeling van de lonen prijzen in de Rijksbegroting. Deze mutatie heeft een negatief effect op de begrotingsvrije ruimte. Dit effect moet bezien worden in relatie tot de actualisatie van de indexcijfers.

Stelposten

Stelposten

31.03 Stelposten
In het financieel voorjaarsbericht is voorgesteld de meerjarenbegroting vanaf 2020 weer te indexeren. Het voorlopige effect daarvan op de vrije begrotingsruimte is inzichtelijk gemaakt. In het BA 2019-2023 is dit voorstel als uitgangspunt overgenomen. De cumulatieve lastenstijging als gevolg van indexatie van de prijs- en loongevoelige volumes van de begroting valt ten opzichte van het financieel voorjaarsbericht lager uit. Dit komt voornamelijk door een lagere loonvoet sector overheid. Het percentage voor loon en prijsindexen worden bepaald op grond van de laatste gegevens van het CBS. Bij de burap 2019 is het uitgangspunt de CEP 2019 van maart 2019. Lagere indexatie heeft ook gevolgen voor het accres van het provinciefonds. Deze mutaties houden elkaar in evenwicht en moeten ook in samenhang worden bezien.

Besluitvorming

Verloop begroting

 

Een specificatie van de besluitvorming vindt u hier.