Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Provinciale heffingen

Inleiding

Eén van de inkomstenbronnen van de provincie betreft de provinciale heffingen. Deze bestaan uit:

  • de heffing opcenten op de motorrijtuigenbelasting;
  • de Grondwaterheffing en de Nazorgheffing in het kader van de Leemtewet;
  • diverse leges.

De opcentenheffing op de motorrijtuigenbelasting genereert de hoogste inkomst (€  257,0 mln in 2020).
De provincie kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen.

Beleidskaders

  • Grondwaterheffingsverordening
  • Verordening Nazorgheffing Noord-Brabant
  • Legesverordening Provincie Noord-Brabant

Heffing opcenten motorrijtuigenbelasting

Op grond van artikel 222 van de Provinciewet worden provinciale opcenten geheven. Door het Rijk wordt elk jaar het maximumniveau van de opcentenheffing vastgesteld. De datum waarop provincies hun opcenten kunnen wijzigen is met ingang van 1 januari van enig jaar.

Op basis van de belastingcapaciteit per 1-1-2019 (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) wordt in 2019 en 2020 rekening gehouden met een opbrengst van € 257 miljoen.

Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelasting

Het door het Rijk vastgestelde maximale opcententarief is per 1 januari 2019 wettelijk bepaald op 113,2 opcenten Het maximale tarief 2020 is rekening houdend met de indexering bepaald op 115,0.

In de heffingsverordening opcenten MRB is voor 2019 het tarief vastgesteld op 76,1 opcenten (PS 48/18).  Bij de begroting 2020 wordt voorgesteld het tarief vast te stellen op 78 opcenten.

In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen van de vastgestelde en voorgenomen opcententarieven van alle provincies.

 

    Vastgesteld tarief per 1 jan 2019 Voorgenomen tarief per 1 jan 2020 Stijging t.o.v. 2019 Percentage onbenutte belastingcapaciteit
1 Drenthe 92,0 92,0 0,0% 20,0%
2 Groningen 90,4 91,8 1,5% 20,2%
3 Zuid-Holland* 90,4 91,7 1,4% 20,3%
4 Zeeland 89,1 89,1 0,0% 22,5%
5 Gelderland 89,2 87,2 -2,2% 24,2%
6 Friesland 71,1 87,0 22,4% 24,3%
7 Flevoland 79,8 80,6 1,0% 29,9%
8 Overijssel 79,9 79,9 0,0% 30,5%
9 Noord-Brabant 76,1 78,0 2,5% 32,2%
10 Limburg 77,9 77,9 0,0% 32,3%
11 Utrecht 72,6 73,6 1,4% 36,0%
12 Noord-Holland 67,9 67,9 0,0% 41,0%
           
  Gemiddeld tarief 81,4 83,1 2,1%  
  Maximaal tarief 113,2 115,0 1,6%  

* Bij het opstellen van de begroting 2020 was het voorgenomen opcenten-tarieven van de provincie Zuid-Holland nog niet bekend.

In de rangorde van opcentenheffing van hoog naar laag komt de provincie Noord-Brabant uit op een negende plaats. In 2019 blijft de lastendruk m.b.t. de opcenten op de motorrijtuigenbelasting in relatieve zin onder het landelijk gemiddelde. Naar verwachting geldt dit ook voor 2020.

 


Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de theoretische opbrengst op basis van het wettelijk vastgestelde maximumtarief en de opbrengst zoals die in de begroting is geraamd.

Rekening houdend met het maximale tarief van 115,0 opcenten bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit t.o.v. de in de begroting geraamde opbrengst van € 257 mln, structureel ruim € 131 mln.

Er is een relatie tussen de opcentenheffing (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) en de algemene uitkering uit het Provinciefonds. In het verdeelmodel van het fonds telt de belastingcapaciteit (tegen een algemeen rekentarief) mee als een (negatieve) inkomstenmaatstaf. Anders gezegd: een relatief grotere belastingcapaciteit (zoals in Noord-Brabant) leidt tot een naar verhouding lagere provinciefondsuitkering.

Grondwaterheffing

De grondwaterheffing wordt geheven over de hoeveelheid onttrokken grondwater. De bestedingsmogelijkheden van de heffing zijn limitatief in de Grondwaterwet opgenomen, namelijk kosten van onderzoek, metingen en schadevergoedingen in verband met de onttrekking van grondwater. De financiële verantwoording verloopt via de voorziening grondwaterheffing. Voor 2020 zijn de inkomsten grondwaterheffing geraamd op € 3,8 mln. De heffing vindt plaats op grond van de Grondwaterheffingsverordening die voor het laatst is gewijzigd op 9 december 2011 (PS 44/11). De baten uit de grondwaterheffing zijn in de begroting 2020 opgenomen bij programma Water en bodem.

Nazorgheffing

Op grond van de Wet milieubeheer is de provincie verantwoordelijk voor de nazorg van alle stortplaatsen waar na de peildatum 1 september 1996 nog afval is/wordt gestort. Om het eeuwigdurend milieu hygiënisch beheer door de Provincie van deze stortplaatsen te verzekeren is, conform de wettelijke regeling, een Nazorgfonds (een aparte rechtspersoon) ingesteld.

De exploitant van een stortplaats die onder deze wettelijke regeling valt, moet een nazorgplan opstellen en dat voorleggen aan de provincie. Op basis van het nazorgplan wordt een doelvermogen bepaald. Om het doelvermogen op te bouwen wordt aan de stortplaatsbeheerder een heffing opgelegd die in het fonds wordt gestort. Hiermee is in april 2000 een start gemaakt.

De heffing vindt plaats op grond van de vastgestelde verordening Nazorgheffing Noord-Brabant die voor het laatst is gewijzigd op 25 februari 2011 (Statenvoorstel 86/11).

Op grond van de Wet milieubeheer is de opbrengst van de nazorgheffing uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de nazorg van gesloten stortplaatsen.

De provincie fungeert als ontvanger voor het Nazorgfonds. De gelden worden belegd in externe fondsen, conform het vastgestelde beleggingsstatuut. De beleggingsresultaten worden verrekend met de door de exploitanten te betalen heffingen. Het Nazorgfonds heeft een eigen begroting die door het Algemeen bestuur van het fonds wordt vastgesteld.

Op dit moment zijn er in Brabant negen stortplaatsen, waarvan een baggerspeciedepot, waarop de wettelijke regeling van toepassing is:

  1. De Kragge, Bergen op Zoom
  2. Gulbergen, Nuenen
  3. Spinder, Tilburg
  4. Meerendonk, ‘s-Hertogenbosch
  5. Zevenbergen
  6. Haps
  7. Vlagheide, Schijndel
  8. Nyrstar, Budel
  9. Baggerdepot Dintelsas

In 2014 is een definitieve afrekening gemaakt voor de stortplaatsen Nyrstar en Dintelsas. Deze zijn gesloten. De provincie voert daar de nazorg uit en draagt ook het financieel risico. Voor wat betreft de overige, nog niet gesloten, stortplaatsen zijn de nazorgheffingen gestort in het Nazorgfonds en is er voldoende zekerstelling aanwezig. Bij sluiting zal op basis van een definitief nazorgplan een definitieve afrekening worden opgemaakt.

Provinciale Staten zijn op 11 juni 2019 geïnformeerd over de uitvoering van de ALM studie Nazorgfonds voor de stortplaatsen in de Provincie Noord-Brabant. Omdat er kansrijke opties lijken te zijn die de kosten van de nazorg in de toekomst zouden kunnen beperken, hebben de provincie en de vergunninghouders een overeenkomst gesloten om hier de komende vier jaren, in aanloop naar de nieuwe ALM-studie, diepgaand onderzoek naar te doen. Onderdeel van deze overeenkomst is dat, zo lang het onderzoek loopt, de vergunninghouders de stortplaatsen nog niet voor de eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie en dus zelf risicodragend blijven. Tegelijkertijd handhaaft de provincie de rekenrente op het bestaande niveau. Dit uitstel geeft exploitanten de tijd om samen met de provincie te kijken naar ontwikkelingen die mogelijk kunnen bijdragen aan een verlaging van het benodigde doelvermogen. Ook kan onderzocht worden of op de stortplaatsen nieuwe inkomsten te genereren zijn, bijvoorbeeld door het vestigen van een zonnepark.

Diverse leges

Leges zijn vergoedingen door derden voor het verlenen van individuele diensten door de provincie aan particulieren en bedrijven. Deze diensten betreffen vooral de verlening van vergunningen en ontheffingen. De tarieven zijn maximaal kostendekkend en staan vermeld in de tarieventabel behorend bij de legesverordening Provincie Noord-Brabant.

De provincie Noord-Brabant heeft in 2013 de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving overgedragen aan de drie omgevingsdiensten. Met hen zijn afspraken gemaakt over de uit te voeren werkzaamheden in het VTH-domein. Op basis van deze opdracht ontvangen zij een jaarlijkse bijdrage. De kosten die hierin begrepen zijn voor de verwerking van de verschillende vergunning-, melding- en ontheffingsprocedures vormen de basis voor de legesopbrengsten, zoals opgenomen in de tabel. De omgevingsdiensten brengen all-in tarieven in rekening, loon en materiële kosten worden derhalve niet gesplitst. Vanuit de provincie zelf worden hier geen extra (overhead)kosten aan toegerekend.


Leges Waterwet

De legestarieven Waterwet nemen iets toe vanwege stijging in de tarieven van de omgevingsdiensten. De legesopbrengsten nemen af ten opzichte van 2019 omdat er minder aanvragen worden verwacht.

Onderdeel Aantal begroot 2020 Tarief 2019 Tarief 2020 Mutatie Mutatie % Opbrengst begroot 2020
Open bodemenergiesystemen            
4.1a t/m 200.000 m3 8 € 2.875 € 3.519 € 644 22% € 28.152
4.1a1 200.001 t/m 500.000 m3 10 € 4.888 € 5.963 € 1.075 22% € 59.628
4.1a2 meer dan 500.000 m3 7 € 9.201 € 11.427 € 2.226 24% € 79.989
  25          
Drinkwater & industriële toepassingen            
4.1b t/m 500.000 m3 0 € 4.025 € 4.106 € 80 2% -
4.1b1 500.001 t/m 1.000.000 m3 1 € 8.051 € 8.211 € 160 2% € 8.211
4.1b2 meer dan 1.000.000 m3 0 € 26.835 € 27.370 € 535 2% -
  1          
Totaal leges waterwet 26         € 175.979

 

Toelichting kostendekkend legestarief

  Begroting 2020
a. Netto kosten taakveld  €       175.979
b. Overhead & BTW N.v.t.
Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief
   
Opbrengst heffingen  €       175.979
Dekking (opbrengst heffing / kosten) 100%

 

Leges Ontgrondingenwet

De legestarieven stijgen met de normale tariefcorrectie. De geraamde legesopbrengsten nemen dan ook licht toe.

Onderdeel Aantal begroot 2020 Tarief 2019 Tarief 2020 Mutatie Mutatie % Opbrengst begroot 2020
5.5.1a   t/m 15.000 m3 0  € 3.738  € 3.910  € 172 5%
5.5.1b  15.001 m3 t/m 25.000 m3 4  € 5.846  € 6.158  € 312 5%  € 24.633
5.5.1c   25.001 m3 t/m 50.000 m3  6  € 11.788  € 12.317  € 528 4%  € 73.899
5.5.1d  50.001 m3 t/m 100.000 m3 3  € 23.385  € 24.633  € 1.248 5%  € 73.899
5.5.1e  100.001 m3 t/m 500.000 m3 1  € 35.269  € 36.950  € 1.680 5%  € 36.950
5.5.1f   meer dan 500.000 m3 1  € 56.833  € 59.628  € 2.794 5%  € 59.628
5.5.2  Wijzigen of verlengen vergunning 3  € 3.738  € 3.910  € 172 5%  € 11.730
5.5.3  Wijzigen vergunning met extra hoeveelheid specie 0 - - - - -
5.5.4  Intrekken vergunning 2  € 3.738  € 3.812  € 74 2%  € 7.625
5.5.5  Machtiging ingevolge artikel 12 2  € 3.738  € 3.812  € 74 2%  € 7.625
5.5.6  Cultuurtechnische verbetering zonder specieafvoer 2  € 3.738  € 3.812  € 74 2%  € 7.625
5.5.7  Natuurprojecten zonder specieafvoer 1  € 3.738  € 3.812  € 74 2%  € 3.812
Totaal leges ontgrondingenwet 25         € 307.424

 

Toelichting kostendekkend legestarief

  Begroting 2020
a. Netto kosten taakveld  €       307.424
b. Overhead & BTW N.v.t.
Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief
   
Opbrengst heffingen  €       307.424
Dekking (opbrengst heffing / kosten) 100%

 

Leges Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

De legestarieven stijgen minimaal. Uitzondering zijn de interne adviezen vanuit de WNB (in tabel schuin gemarkeerd). De toelichting hiervan staat bij de Wet Natuurbescherming hieronder.

Onderdeel Aantal begroot 2020 Tarief 2019 Tarief 2020 Mutatie Mutatie % Opbrengst (gem.) begroot 2020
5.1.1 1a  Bouwkosten lager dan € 20.000 34 € 2.024 € 2.053 € 28 1% € 69.787
5.1.1 1b  Bouwkosten tussen €20.000 en € 50.000 22 € 2.576 € 2.612 € 36 1% € 60.550
5.1.1 1c  Bouwkosten tussen €50.000 en € 100.000 17 € 3.128 € 3.172 € 44 1% € 62.649
5.1.1 1d  Bouwkosten tussen €100.000 en € 400.000 24 € 5.152 € 5.225 € 72 1% € 153.941
5.1.1 1e  Bouwkosten tussen €400.000 en € 1.000.000 12 € 9.845 € 9.983 € 138 1% € 150.022
5.1.1 1f   Bouwkosten tussen € 1 mln. en € 5 mln. 13 € 19.781 € 20.059 € 278 1% € 316.862
5.1.1 1g  Bouwkosten tussen € 5 mln. en € 25 mln. 5 € 36.802 € 37.319 € 517 1% € 219.249
5.1.1 1h  Bouwkosten meer dan € 25 mln. 0 € 62.563 € 63.442 € 879 1% -
5.1.1.2    Beoordelen bodemrapport 7 € 184 € 187 € 3 1% € 1.306
5.1.1.3    Beoordelen advies agrarische adviescommissie 0 € 595 € 595 -   0% -
5.1.1.4    Toetsing ontheffing ihkv exploitatieplan 1 € 368 € 373 € 5 1% € 373
5.1.2 a t/m g   Binnenplanse ontheffing (bestemmingsplannen) 20 € 552 € 560 € 8 1% € 11.196
5.1.3 a/c   Slopen / wijzigen beschermd monument 0 € 3.000 € 3.000 -   0% -
5.1.3 b/d  Slopen beschermd stads & dorpsgezicht 0 € 1.472 € 1.493 € 21 1% -
5.1.4      Slopen  0 € 1.472 € 1.493 € 21 1% -
5.1.5      Kappen 2 € 460 € 466 € 6 1% € 933
5.1.6 a/b   Handelsreclame 0 € 552 € 560 € 8 1% -
5.1.9 - 10  Andere / overige activiteiten 7 € 644 € 653 € 9 1% € 4.572
Subtotaal leges Wabo 164         € 1.051.439
             
5.1.7   Omgevingsvergunning aanhaken Wnb, N2000 (PNB bevoegd gezag) 0 € 3.702 -       -
5.1.7a Nieuwe vergunningen Omgevingsvergunning aanhaken Wnb, N2000 (PNB bevoegd gezag) 6   € 4.621
€ 919 25% € 27.724
5.1.7b Wijzigingsvergunning Omgevingsvergunning aanhaken Wnb, N2000 (PNB bevoegd gezag) 2   € 3.817
€ 115 3% € 7.634
5.1.8 Omgevingsvergunning aanhaken Wnb, FF-activiteiten (PNB bevoegd gezag) 35 € 4.443 € 4.599
€ 156 4% € 160.982
Subtotaal interne adviezen Vvgb 43         € 196.341
             
Totaal Wabo 207         € 1.247.780

 

Toelichting kostendekkend legestarief

  Begroting 2020
a. Netto kosten taakveld € 1.247.780
b. Overhead & BTW N.v.t.
Overhead is onderdeel van ingekochte uurtarief
   
Opbrengst heffingen € 1.247.780
Dekking (opbrengst heffing / kosten) 100%

 

Leges Natuurbeschermingswet 2017

De tarieven van de Wet Natuurbescherming stijgen hoofdzakelijk door de gebruikelijke tariefcorrectie bij de omgevingsdienst. Daarnaast heeft een herijking plaatsgevonden van de uren en taken. Bij de artikelen van de houtopstanden (artikel 6.1.4a t/m 6.1.4d) leidt deze tot een procentueel grotere stijging. Dit is nodig, omdat kostendekkendheid het uitgangspunt is en er meer uren benodigd blijken dan eerder berekend.

In verband met de PAS-uitspraak is gekozen voor een differentiatie bij de vergunningen over gebiedsbescherming (6.1.1). Voor nieuwe vergunningen wordt het aantal uren gehanteerd dat in het pre-PAS tijdperk werd gerealiseerd. Wijzigingen zijn gelijk gesteld aan vergunningen in het PAS-tijdperk. Voor wat betreft de intrekking van een vergunning: deze kost minder tijd dan de andere twee categorieën.

Onderdeel Aantal begroot 2020 Tarief 2019 Tarief 2020 Mutatie Mutatie % Opbrengst begroot 2020
6.1.1 a Vergunningverlening gebiedsbescherming nieuwe vergunning 263   € 4.621 € 919 25% € 1.215.244
6.1.1 b Vergunningverlening gebiedsbescherming wijzigingsvergunning 76   € 3.817 € 115 3% € 290.100
6.1.1 c Vergunningverlening gebiedsbescherming volledige intrekking 47   € 2.511 € -1.190 -32% € 118.029
6.1.3a   Ontheffingverlening  soortenbescherming t.b.v. onderzoek en onderwijs, opvang beschermde dieren art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 5 € 132 € 140 € 8 6% € 700
6.1.3b    Ontheffingverlening  soortenbescherming t.b.v. infrastructurele werken, windmolens, ruimtelijke ontwikkeling meer dan 50 woningen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 80 € 6.005 € 6.286 € 282 5% € 502.911
6.1.3c   Ontheffingverlening soortenbescherming overige aanvragen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 60 € 4.443 € 4.599 € 156 4% € 275.969
6.1.3d   Ontheffingverlening  soortenbescherming betrekking hebbend op belang één particuliere aanvrager art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 3 € 1.921 € 2.036 € 115 6% € 6.107
6.1.2     Ontheffingverlening  schadebestrijding, overlastbestrijding en populatiebeheer art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 20 € 2.821 € 2.878 € 57 2% € 57.554
6.1.4a   Ontheffingverlening compensatie herplantplicht art 4.5: 25 € 1.149 € 1.364 € 215 19% € 34.103
6.1.4b   Ontheffingverlening herplantplicht art 4.5: 20 € 1.149 € 1.466 € 317 28% € 29.324
6.1.4c   Ontheffing herplanttermijn art 4.5: 10 € 474 € 826 € 352 74% € 8.259
6.1.4d  Ontheffing vellingstermijn art 8.7 Verordening natuurbescherming 10 € 162 € 520 € 358 222% € 5.196
Subtotaal leges WNB 619         € 2.543.495
Aframing i.v.m. gevolgen PAS gebiedsbescherming 6.1.1.            
             
6.1.1 c Vergunningverlening gebiedsbescherming volledige intrekking     50%     € -59.014
Totaal leges WNB           € 2.484.480
             
Onderdeel Aantal begroot 2020 Tarief 2019 Tarief 2020 Mutatie Mutatie % Opbrengst begroot 2020
6.1.1     Vergunningverlening gebiedsbescherming/Natura 2000 art 2.7 0 € 3.702       -
6.1.1 a Vergunningverlening gebiedsbescherming nieuwe vergunning 60   € 4.621 € 919   € 277.242
6.1.1 b Vergunningverlening gebiedsbescherming wijzigingsvergunning 16   € 3.817 € 115   € 61.074
6.1.1 c Vergunningverlening gebiedsbescherming volledige intrekking 0   € 2.511 € -1.190   -
6.1.3b    Ontheffingverlening  soortenbescherming t.b.v. infrastructurele werken, windmolens, ruimtelijke ontwikkeling meer dan 50 woningen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 3 € 6.005 € 6.286 € 282 5% € 18.859
6.1.3c   Ontheffingverlening soortenbescherming overige aanvragen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 20 € 4.443 € 4.599 € 156 4% € 91.990
             
6.1.3d   Ontheffingverlening  soortenbescherming betrekking hebbend op belang één particuliere aanvrager art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 2 € 1.921 € 2.036 € 115 6% € 4.071
Subtotaal Vvgb's WNB 101         € 453.236
             
Totaal Wet Natuurbescherming Leges & Vvgb 720         € 2.937.716

 

Toelichting kostendekkend legestarief

  Begroting 2020
a. Netto kosten taakveld € 2.937.716
b. Overhead & BTW N.v.t.
Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief
   
Opbrengst heffingen € 2.937.716
Dekking (opbrengst heffing / kosten) 100%

 

Leges Vergunningen/ontheffingen wegenverordening

De tarieven van de leges, die in rekening worden gebracht voor het behandelen van aanvragen van vergunningen en ontheffingen op grond van de Verordening Wegen Noord-Brabant en de Wegenverkeerswet, zijn berekend op basis van de verwachte aanvragen en de inzet van ambtelijk personeel. De gehanteerde tarieven zijn maximaal kostendekkend.

De exceptionele transporten worden beoordeeld door de Dienst Wegverkeer (RDW). Sinds 2017 werken Provincie en de RDW samen. De leges die door de RDW wordt geïnd bij de ontheffinghouders worden jaarlijks voor een deel afgedragen. Het tarief voor behandeling van ontheffing aanvragen voor exceptionele transporten wordt jaarlijks vastgesteld door de RDW. De afdracht vindt een jaar na realisatie plaats.

Onderdeel Aantal begroot 2020 Tarief 2019 Tarief 2020 Mutatie Mutatie % Opbrengst begroot 2020
Ontheffing wedstrijd voertuigen meer gemeenten art. 148/10 WVW 1994 25 € 240 € 240 - - € 6.000
Verklaring geen bezwaar wedstrijd in één gemeente art. 148/10 WVW 1994 10 € 240 € 240 - - € 2.400
Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1 RV, m.u.v. H5, afd. 7, 8, 10 en 11 RV (exceptionele transporten) 2.500 € 16 € 16 - - € 40.000
Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1, H5, afd. 7, 8, 10 en 11 5 € 240 € 240 - - € 1.200
Ontheffing art. 87 RVV 1990 30 € 300 € 300 - - € 9.000
Vergunning art. 4, eerste lid, Verordening wegen            
-  werk andere wegbeheerders 30 € 350 € 350 - - € 10.500
-  verkeersmaatregelen op de weg voor werken of activiteiten buiten de weg 100 € 110 € 110 - - € 11.000
-  kabels of leidingen 150 € 457 € 457 - - € 68.550
-  borden (bewegwijzering, stroken-borden, reclame, objecten, terreinen) 40 € 240 € 240 - - € 9.600
-  kunstobject binnen de bebouwde kom 3 € 350 € 350 - - € 1.050
Vergunning art. 5, eerste en tweede lid, Verordening wegen:            
-  evenement (niet optocht) 20 € 110 € 110 - - € 2.200
-  evenement 15 € 50 € 50 - - € 750
-  voorwerpen i.v.m. particuliere bouw- of onderhoudswerken buiten de weg 10 € 240 € 240 - - € 2.400
-  overige activiteiten (wedstrijden zonder voertuigen, voorwerpen, stoffen) 30 € 240 € 240 - - € 7.200
Aanvraag niet nadrukkelijk benoemd 35 € 34 € 34 - - € 1.190
Totaal 3.003         € 173.040


Het totaal geraamde aantal vergunningen en ontheffingen in 2020 is gelijk aan de geraamde aantallen in de begroting 2019.
In verband met de nog vast te stellen (interim) Omgevingsverordening kan een wijziging in de legesverordening nodig zijn.